Vocabulary notebook

vocabularynotebookHet is een van de leukste lightbulb moments in de klas: het moment waarop cursisten het belang van een ‘vocabulary notebook’ inzien. Nog leuker is de les daarop. Dan liggen er opeens allerlei gekleurde notitieboekjes op de tafels, waar vanaf dat moment druk in geschreven zal worden.

Op het eerste gezicht lijkt het maar saai, zo’n boekje. Velen van ons denken meteen terug aan de middelbare school en de lange woordenlijsten die achterin onze boeken stonden. Dat werkt toch helemaal niet efficiënt, dat vertalen van de ene naar de andere taal? Een snelle Google image search laat helaas zien dat bijna alle notitieboekjes dit idee nog vasthouden. Terwijl juist in de doeltaal leren denken essentieel is. Daarom is het belangrijk om meteen een goed notitiesysteem te gebruiken om zo effectief nieuwe woorden en uitdrukkingen te leren.

Hoe kunnen we dit realiseren? Hieronder volgt een aantal tips.

Blijf in de doeltaal

Woorden opzoeken en omschrijven in de doeltaal breidt de passieve woordenkennis uit. Soms zijn de omschrijvingen in het woordenboek te moeilijk in het Engels, dan biedt Cambridge uitkomst. Het Cambridge Online Learner’s Dictionary geeft wat simpelere definities. Daarnaast staan er ook vaak goede voorbeeldzinnen in die de juiste context bieden aan de cursist. Deze kunnen ook in het boekje opgeschreven worden.

Niet alleen definities

In de doeltaal blijven betekent woorden omschrijven en synoniemen vinden. Maar er kan nog veel meer informatie aan een woord gehangen worden. Een woord als ‘adjacent’ is meteen gemakkelijker te lezen als het ook fonetisch gespeld is. Nu hoeft dat niet meteen zoals in het woordenboek (əˈdʒeɪs(ə)nt). Iets als “uDJEEsunt” werkt ook prima. Daarnaast is het voor sommige cursisten handig om te weten dat ‘intoxicated’ (F) een formele variant van ‘drunk’ is. Of dat Britten ‘motorway’ (Br) zeggen en Amerikanen ‘highway’ (Am). Door een paar simpele afkortingen aan de woorden toe te voegen, kom je een heel eind.

Woordcombinaties

In het Engels vind je ze overal: collocations. Woorden die voor moedertaalsprekers nou eenmaal bij elkaar horen. Zoals je in het Engels zegt “make preparations”, zo spreken de Nederlanders weer van “voorbereidingen treffen”. Vooral als gevorderde student van een taal wordt het na een tijdje belangrijk om ook de woordcombinaties op te gaan schrijven in het notitieboekje. Het is dan niet meer genoeg om alleen maar het woord ‘research’ toe te voegen. De werkwoorden die bij dit woord horen (do, carry out, undertake, pursue), blijken onmisbaar te zijn geworden. Macmillan Dictionary wijdt er zelfs een apart kadertje aan, genaamd ‘collocations’, onder de definitie van het woord. Ook een relatief eenvoudig woord als ‘look’ blijkt erg veel verschillende betekenissen te krijgen wanneer de preposities meegeteld worden. Zo is ‘look at’ heel wat anders dan ‘look after’. Reden dus om aandacht te besteden aan woordcombinaties.

Overhoren

Zorg dat het boekje gemakkelijk overhoren in de hand werkt. Nieuwe woorden kunnen op de linkerpagina geschreven worden en de definities en andere informatie op de rechterpagina. Om te overhoren wordt één van de twee pagina’s bedekt. Daarnaast kan er aan twee kanten in het boekje begonnen worden. De voorkant leent zich uitstekend voor de actieve woordenschat en de achterkant voor de passieve woordenschat, bijvoorbeeld. Maar allerlei indelingen zijn mogelijk. Met Post-It vlaggetjes kunnen snel hoofdstukken gemaakt worden voor woorden, woordcombinaties, gezegden en uitspraken, om maar een paar mogelijkheden te noemen.

Niet teveel

Als elk woord vergezeld moet gaan van onder andere een synoniem, definitie, voorbeeldzin en uitspraak, gaat er wel erg veel werk in het boekje zitten en is de lol er na een week af. Schrijf daarom alleen op wat echt nodig is. Dit spaart tijd uit en houdt het boekje overzichtelijk en leuk.